Je kunt niet kiezen maar soms wel sturen IVA of WGA
Voor medewerkers die (bijna) volledig arbeidsongeschikt zijn draait alles om de begrippen duurzaamheid en benutten van de verdiencapaciteit. Dit kan een wereld van verschil maken in zowel de inkomenspositie van de betrokken medewerker als ook de schadelast van de werkgever. Het is dan ook zaak daar vanaf het begin nadrukkelijk op te sturen.
Vaak wordt voor arbeidsongeschikte medewerkers in de eerste twee ziektejaren uit goed werkgeverschap geprobeerd wat taken te zoeken en de binding met het bedrijf overeind te houden. Je moet het loon toch doorbetalen en laten we dan maar kijken of we betrokkene nog iets kunnen laten doen. Het heeft eigenlijk niet of nauwelijks loonwaarde.
Feitelijk geef je daarmee in de richting van het UWV aan dat er nog sprake is van restcapaciteit. Helaas is dat niet altijd verstandig omdat dit ruimte geeft om tot een lager arbeidsongeschiktheidspercentage te komen, waarvan het maar de vraag is of betrokkene er straks ook in slaagt deze resterende verdiencapaciteit daadwerkelijk in te vullen.
Daarnaast wordt een grote groep medewerkers nu vaak in eerste instantie niet duurzaam arbeidsongeschikt verklaard door het UWV. Duurzaam arbeidsongeschikt betekent dat de kans groot is dat de situatie van de medewerker niet of slechts weinig zal verbeteren.
Als je arbeidsongeschikt bent wil je graag dat het beter gaat en is het soms moeilijk te berusten in je arbeidsongeschiktheid. Door een te optimistische kijk op het verloop van de arbeidsongeschiktheid geven we ook hier het UWV vaak alle ruimte om vast te stellen dat er nog geen medische eindsituatie is bereikt. In 2008 heeft het UWV 70% (!) van de WGA uitkeringen als wel volledig maar niet duurzaam bestempeld. Voor een belangrijk deel onzin! Het zijn mensen die in principe grotendeels recht hebben op IVA en geen restcapaciteit meer hebben.
De gevolgen van deze niet duurzaamheid, een lager arbeidsongeschiktheids-percentage en/of een al te optimistische inschatting over het verloop van de arbeidsongeschiktheid, zijn echter gigantisch!
Het maakt namelijk een groot verschil voor zowel werknemer als werkgever of een arbeidsongeschikte medewerker in de WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten) of IVA (Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten) terecht komt.
Hoewel beide regelingen onder de WIA (Wet Inkomensvoorziening Arbeidsgehandicapten) vallen, kan het verschil in uitkering erg groot zijn.
Ik zal proberen het verschil aan de hand van een voorbeeld duidelijk te maken.
Stel Paul verdient € 30.000 per jaar.
Paul wordt arbeidsongeschikt en komt na 2 jaar in de WIA.
In voorbeeld A is Paul voor 60% arbeidsongeschikt en verdient hij nog €10.000,00.
In voorbeeld B is Paul voor 60% arbeidsongeschikt en slaagt hij er niet in wat bij te verdienen.
In voorbeeld C is Paul volledig (<80%) en duurzaam (> 5 jaar) arbeidsongeschikt.
In de voorbeelden A en B krijgt Paul een WGA uitkering de eerste 2 maanden bestaande uit een loongerelateerde uitkering van 75% van zijn loon. Voorwaarde is dat hij in de 36 weken voorafgaand aan zijn ziekte minimaal 26 weken heeft gewerkt, de zogenaamde referte-eis.
In voorbeeld A krijgt Paul daarna, afhankelijk van zijn arbeidsverleden, maximaal 3 jaar lang bovenop zijn verdiensten een uitkering van 70% van zijn oude loon minus zijn verdiensten. Hij krijgt dan een uitkering van 70% van € 30.000,00 minus
€ 10.000,00 = € 14.000,00. Tezamen met zijn verdiensten bedraagt zijn inkomen dan € 24.000,00 op jaarbasis.
Daarna krijgt Paul tot zijn 65e een vervolguitkering. Deze bedraagt 60% van het oude loon minus zijn verdiensten. Per saldo dus een uitkering van 60% van € 30.000,00 minus € 10.000,00 = € 12.000,00. Tezamen met zijn verdiensten bedraagt zijn inkomen dan € 22.000,00 op jaarbasis.
In voorbeeld B krijgt Paul na de loongerelateerde uitkering van 2 maanden, afhankelijk van zijn arbeidsverleden, ook maximaal 3 jaar lang een uitkering van 70% van zijn loon en mag hij ook 30% van zijn verdiensten houden. Aangezien er geen verdiensten zijn zakt het inkomen in die periode terug tot € 21.000,00.
In de periode daarna wordt het echter pas echt dramatisch voor Paul.
Omdat Paul zijn verdiencapaciteit voor minder dan 50% benut zakt Paul terug naar een uitkering welke is gebaseerd op 70% van het minimumloon. Aangezien Paul voor 60% arbeidsongeschikt is, ontvangt hij 60% van 70% van het minimumloon, totaal per jaar plusminus € 7.500,00 (!).
Dit bedrag kan afhankelijk van het gezinsinkomen worden aangevuld op grond van de Toeslagenwet. Dit komt dan neer op bijstandsniveau.
In voorbeeld A én voorbeeld B wordt de uitkeringslast individueel doorbelast naar de werkgever, hetzij als eigen risico drager, dan wel in de vorm van een gedifferentieerde premie over een periode van 10 jaren. Bij de berekening van de gedifferentieerde premie wordt rekening gehouden met een correctiefactor (voor 2010 bepaald op 1,47) en een minimum en maximum premie.
In voorbeeld C (volledig en duurzaam arbeidsongeschikt) heeft Paul recht op een IVA-uitkering. Deze bedraagt 75% van zijn oude loon. Paul heeft dan tot zijn 65e recht op een uitkering van € 22.500,00. Indien Paul er in zou slagen nog een beetje bij te verdienen, mag hij daarvan ook nog 30% zelf houden. Als Paul structureel meer dan 20% van zijn oude loon zou bijverdienen is hij echter in de praktijk niet volledig arbeidsongeschikt en zal dit voor het UWV reden tot heroverweging zijn en zal Paul alsnog in de WGA worden geplaatst.
Per saldo kan Paul dus maximaal € 6.000,00 (20% van oude loon) bijverdienen waarvan hij dan 30% mag houden. Zijn totale inkomen bedraagt dan maximaal
€ 24.300,00.
De IVA uitkering wordt niet individueel doorbelast naar de werkgever en leidt voor de werkgever dan ook niet tot lastenverzwaring.
Je kunt niet kiezen, maar het loont in ieder geval de moeite om te sturen om er voor te zorgen dat díe uitkering wordt verstrekt die recht doet aan die specifieke situatie. Daar worden werkgever en werknemer allebei beter van!
< terug